Nederlandse ‘woonerven’ veroveren winkellandschap Amerika

Woon- of winkelerven zijn in ons kikkerlandje al decennialang een bekend fenomeen. Ze ontstonden in de jaren ’70 en ’80 in nieuwbouwwijken en stadsvernieuwingsgebieden. Het idee was simpel: een plek waar auto’s stapvoets moeten rijden en dezelfde rijbaan delen met fietsers en voetgangers, zodat die laatste twee de ruimte krijgen. Maar architecten aan de andere kant van de Atlantische Oceaan hebben het concept nu ook ontdekt. In steeds meer Amerikaanse en Canadese steden verschijnen nu dergelijke voetgangersvriendelijke zones. En de Nederlandse naam ‘woonerf’ voor zo’n gebied is gewoon meeverhuisd.

Goed voor de winkelnering

Met name in Washington D.C. is het idee van het woonerf – in Nederland zou het eigenlijk een winkelerf heten – behoorlijk geland. Er worden in de hoofdstad op dit moment drie grote woon-werk-en-winkel-projecten ontwikkeld waarin een erf de hoofdrol speelt. Het grootste van deze drie projecten is de herontwikkeling van het Wharf District. De hoofdarchitect Stan Eckstut is vooral te spreken over de kansen die een erf biedt voor de retail: “Met een erf creeër je echt de centrale straat in een gebied. Met weinig ruimte voor auto’s en juist veel voor voetgangers en fietsers zorg je op een innovatieve manier voor ‘verstopping’ en drukte.” En dat is niet per sé iets slechts volgens Eckstut. Op plaatsen waar je mensen wil samenbrengen moet er ook een beetje reuring zijn vindt hij. Dat maakt woonerven volgens de architect per definitie een plek waar bijzondere retail kan floreren: “You can’t make everywhere a place you can drive through, it’s much better to have places to drive to.” 

 

Redactie

De redactie van Shopper Marketing Update

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *